Hoorn, Den Hoorn, of In Den Hoorn, een dorp, geheel in de lengte
gebouwd en op een uur afstand van den Burg gelegen, stond vroeger
onder het aanzienlijke dorp Den Westen, welke combinatie, gelijk
sommigen willen, alleen betrekking had op het kerkelijke, naardien
Den Hoorn toen slechts eene kapel bezat. Maar sedert Den Westen
bijna geheel vervallen, en de kerk, (waarvan men de grondslagen nog
aanwijst) geslecht is, heeft men alle kerkelijke goederen aan Den
Hoorn getrokken. Tot 1838 mogt dit dorp, na Den Burg, het grootste
der Texelsche dorpen heeten. De toen plaats hebbende organisatie van
het loodswezen, deed deze plaats zeer in verval geraken, welk verval
nog dagelijks toeneemt, zoodat het dorp Den Hoorn, met Den Westen
vereenigd, niet meer dan 167 woningen, en 828 inwoners telt, welke
zich hoofdzakelijk op landbouw en veeteelt toeleggen.--Tegenwoordig
strekt Den Hoorn nog tot verblijfplaats aan de bemanning van vier
Buitengewone Loodsschuiten van Texel, welke aldaar, met eenen
Onder-Commissaris van het loodswezen, woonachtig zijn.--
De gemeente welke voor het meerendeel uit Hervormden bestaat, waarvan
men er hier 560, waaronder 260 ledematen, telt, maken eene gemeente
uit, welke tot den Ring Den Burg op Texel behoort.--
Nadat den Hoorn eerst bediend was door den predikant van het geheele
eiland, verbleef het bij Den Burg tot aan 1619, toen het een eigen
predikant bekwam in Willem Barents, die echter in het volgende jaar
reeds overleed. Gedurende de dienst van Aris Goossen, te Burg en Hoorn,
welke in 1599 beroepen en in 1624 Emeritus werd, is Den Hoorn derhalve
van Den Burg gescheiden.--De Hervormde kerk was vroeger eene kapel,
welke later eene parochiekerk werd. Deze kerk is een klein, doch
betrekkelijk hoog gebouw zonder orgel, doch versierd met eenen spitsen
toren, welke tot baak in zee dient, en daarom door het Departement
van Marine onderhouden wordt.
De gemeente der Doopsgezinden alhier, staat geheel op zich zelve,
en telt ongeveer 60 ledematen, met een eigen leeraar en een klein
bedehuis, dat aan den ingang van het dorp staat.
De Roomschgezinden, die hier bijna evenveel communicanten tellen,
zijn kerkelijk vereenigd met die gemeente aan Den Burg.
Het aantal leerlingen der openbare school bedraagt 90 à 100.
In 1744, toen Den Hoorn zich in eene algemeene welvaart mogt
verheugen, werd er een gasthuis voor onvermogenden gesticht, terwijl
Mejufvrouw Aaltje de Keijzer, weduwe van den Predikant dezer gemeente
Hendrik Schutte, in 1839, een huis en tuin vermaakt heeft, om tot
predikantswoning te dienen.
Vooral is Den Hoorn bekend als de geboorteplaats van den beroemden
dichter en romanschrijver Loosjes, die hier den 15 Mei 1761 het
levenslicht aanschouwde.--
In de nabijheid van Den Hoorn plagten vroeger twee bedijkte polders te
zijn, de Binnen- en Buitenkuil genoemd, waarvan de eerste nog bestaat;
terwijl de laatste reeds lang vernietigd is.--
Zuidwaarts van daar, stond oudtijds nog een dorp, den Ouden Hoorn
genoemd; dit dorp is echter reeds in 1398 door de Friezen verbrand.--