Het was naar aanleiding van een vroeger door mij geschreven werkje
[1], dat ik van onderscheidene en veelgeachte zijden de vereerende
uitgenoodiging ontving, om ook ten opzigte van eene Beschrijving van
het Eiland Texel mijne krachten te beproeven.
Dan, bij de zamenstelling van het genoemde werkje over Marken
ondervonden hebbende, welke moeijelijkheden bij gebrek aan goede
bouwstoffen aan dergelijken arbeid verknocht zijn, deinsde ik
aanvankelijk voor de aanvaarding dezer taak terug.
Men hield evenwel bij mij aan, en ik?--beloofde eene Beschrijving
van Texel te zullen leveren. Te meer voelde ik mij daartoe opgewekt,
naardien ik de verzekering bekwam, dat men, gedreven door innige
belangstelling, mij ook op Texel, in alles wat op dit eiland betrekking
heeft, alle mogelijke hulp en inlichting zoude verstrekken.
Men stelde mij dan ook in dezen geenszins te leur, zoodat het mij eene
behoefte is, hierbij openlijk mijnen welmeenenden dank te betuigen aan
de H. H. P. de Keyzer, Sz., Burgemeester, G. List, Gemeente-Ontvanger
en W. Brouwer, Openbaar Onderwijzer, aan Den Burg op Texel, alsmede
aan den Wel Edelen Heer R. B. de Breuk, te Nieuwe Diep, voor de
belangstellende en welwillende hulp, mij, bij de zamenstelling van
dit geschrift over het schoone en belangrijke Texel, verstrekt.
Zijne koninklijke hoogheid Prins Hendrik der Nederlanden, Wiens
doorluchtigen Naam reeds door de bedijking van den polder Prins
Hendrik met Texel's geschiedenis was verbonden, heeft door de
welwillende aanneming van de Opdragt van deze mijne lettervrucht,
Hoogstdeszelfs belangstelling in dit eiland doen blijken, en aangenaam,
hoogst aangenaam, voorwaar! is het mij, Z. K. H. voor die welwillende
aanneming, welke mij eene zeer vereerende aanmoediging was, hier
openlijk mijnen hartgrondigen dank te wijden!--
't Is zoo, ik heb een groot en moeijelijk werk moeten verrigten,
om tot een (moge het zijn) gunstig resultaat te kunnen geraken: ik
moest onderzoeken, raadplegen, vergelijken, opdat ik eene zoo veel
mogelijk naauwkeurige Beschrijving van Texel aan mijne belangstellende
Landgenooten zoude kunnen aanbieden.
In hoeverre mij dit gelukt is, zij aan het bescheiden oordeel van
deskundigen overgelaten, aan wie ik deze vrucht mijner onvermoeide
nasporingen met bescheidenheid aanbevele, hun de verzekering gevende,
dat alle bescheidene teregtwijzingen steeds hoog door mij zullen
worden gewaardeerd en in dank aangenomen.
Omtrent de bij dit werk gevoegde Kaart, zal ik wel niets ter
aanbeveling behoeven te zeggen. Immers, zij beveelt zich zelve
genoegzaam aan! Alléén zij dus gezegd dat de door mij vervaardigde
Kaart reeds bij den Graveur was, toen ik kennis verkreeg van die
des Heeren Kikkert, die door mij, en ik mag vertrouwen, ook door
H. H. Inteekenaren, allezins geschikt werd geacht om aan dit werk te
worden toegevoegd.
Zietdaar, Lezers! hetgene ik meende vooraf te moeten laten gaan! Mogt
mijn arbeid uwe goedkeuring wegdragen, het zoude mij een spoorslag
te meer zijn, om voorwaarts te streven op den vaak moeijelijken weg
des onderzoeks, en mij meer en meer te kwijten van de verpligting,
die ik verschuldigd ben aan Wetenschap en Vaderland.
F. ALLAN.
Eiland Marken, den 1 Febr. 1856.