AANTEEKENINGEN

[1] Ik herinner mij de antwoorden van Van der Goes in 1891 niet meer,

weet dus niet of hij analoge bewijzen gaf.

[2] _Prozastukken_, blz. 52.

[3] "En voords zoû ik u vooral gaarne hooren verklaren, _waarom

mijn intuïtie mij niet een even groot recht van spreken zou geven_

als de mogelijk meerdere wetenschap en overweging van anderen hun

geeft."--_Prozastukken_ blz. 51.

[4] "Indien dus gevraagd wordt welke, na den voorbijgang der

naturalistische, de overtuiging thands is, luidt het antwoord:

geene". _Tot een Levensleer._ Verz. Opst. blz. 325.

[5] Negen.

[6] Nummer negen-en-zestig.

[7] Nummer één.

[8] Nummer dertien.

[9] Nummer negentig.

[10] Nummer elf.

[11] Nummer twee en twintig.

[12] Tachtig.

Diamantstad · 第 26 / 26 题