Rotterdam ligt aan de Nieuwe Maas en heeft zich aan beide zijden
daarvan sterk uitgebreid. Mooi is de stad alleen als je er van de
rivier af aankomt. Dan maakt zij een trotschen indruk. De stad als
zoodanig is niet aantrekkelijk.
Rotterdam is een havenstad bij uitnemendheid. Het leven op de rivier
vóór de stad is soms angst-aanjagend-druk. Het is alsof daar op het
water steeds een chaotische verwarring heerscht, veroorzaakt door de
vele sleepbootjes en andere kleine vaartuigen en ook door de
veerbooten, die hier „Heen en weer” heeten. Graan-elevators (pl. 95),
kolentips, drijvende kranen, alles vindt men er op het water.
Zeeschepen zonder tal. En groote. Langs de kaden en op stroom: in de
vele havens die Rotterdam heeft, natuurlijk ook.
Waar het havenwerken aangaat durft Rotterdam heel veel aan. Het is nog
niet zoo heel lang geleden, dat men de Willemsbrug de voetbrug over de
Maas—in haar geheel ongeveer een meter omhoog heeft gebracht, omdat het
verkeer dat noodig maakte. En de geweldige brug over de Koningshaven is
zeker ook een bewijs van wat Rotterdam durft aan te pakken.
De stad zelf is niet zoo belangwekkend. Daarvoor is Rotterdam teveel
werkstad. Men heeft er wel eenige aardige kerken, waaronder de Groote
of St. Laurenskerk (pl. 38) de voornaamste is; een meesterstuk van
Middeleeuwsche architectuur. De toren is ruim 62 meter hoog. Zij
dateert van 1300.
Ook nog wel een interessant bouwwerk, maar van veel lateren datum
(1764) is de Delftsche Poort, bij het Hofplein (pl. 37).
De Coolsingel, eindigende in het Calandplein, is de hoofdstraat van
Rotterdam, daar staat o.a. het monumentale stadhuis. Delfshaven,
Kralingen en Charlois zijn door Rotterdam omgroeid en van lieverlede in
de stad opgenomen en dus als zelfstandige plaatsjes verdwenen. Maar
vooral het eerste leeft toch nog wel afzonderlijk. Achterhaven (pl. 6)
en het Gedempte Achterwater (pl. 10) geeft toch nog wel een beeld van
hoe het er vroeger uitzag.
Wij kunnen in den tegenwoordigen tijd niet over Rotterdam spreken
zonder daarbij ook te noemen de Vlieghaven: Waalhaven. Waar de
burgerluchtvaart zich in de laatste jaren zoo ongelooflijk sterk
ontwikkeld heeft, daar kon Rotterdam niet achterblijven. Het vliegveld
bij de stad behoort met Schiphol, Amsterdams Vlieghaven, tot de best
geoutilleerde van Europa.
De omgeving van Rotterdam is hier en daar heel aardig (pl. 65) al is
het bijna overal vlak polderland en al heeft het verkeer met al z’n
zware eischen heel wat van de schoonheid rondom bedorven.
Langs de Nieuwe Maas verder gaande, sluit onmiddellijk bij Rotterdam
aan Schiedam, vroeger een visschersplaats van beteekenis, thans een
wereldvermaardheid genietend om haar jeneverstokerijen. Dat het een
oude plaats is, kan men zien als men langs de begraafplaats loopt: daar
vlak bij ligt nog een overblijfsel van een kasteel uit de Middeleeuwen:
Mathenese.
Bezienswaardig is er de Groote of St. Janskerk (pl. 5) die in deze
oude, nauw-stratige omgeving zeer wel op haar plaats is.
Dan komt Vlaardingen, een der oudste stedekes van Holland en een der
belangrijkste voor de haringvisscherij, waarbij bijna alle inwoners
betrokken zijn (pl. 77). Het stadje heeft o.m. ook een
visscherijschool. Het centrum is zeer oud: men heeft daar de kerk (uit
de veertiende eeuw), het stadhuis en de Vleeschhal, beide uit de
zeventiende eeuw.
Verder de Nieuwe Maas afzakkend: Maassluis (pl. 47) ook een plaats van
beteekenis voor de visscherij.
Maar ook in andere opzichten is deze plaats belangrijk: vlak daaraan
grenst het tuindersgebied, dat er ten noorden van ligt. Daar vindt men
o.a. Maasland (pl. 35).
De Nieuwe Maas eindigt tusschen Vlaardingen en Maassluis; daar begint
de Nieuwe Waterweg, die in 1870 door Caland gegraven werd, ten einde
Rotterdam van een beteren weg naar zee te voorzien. De oude weg, die
door het Voornsche kanaal leidde was ten eenenmale onvoldoende
geworden. Aan het einde van den Waterweg ligt Hoek van Holland, thans
een deel van de gemeente Rotterdam.